Hans van Norden (1915-2011)

Café aan de Oudezijds, 1959

€ 250
INFO
Techniek:
aquarel
Gesigneerd:
ongesigneerd, rechtsonder gedateerd: OZV 1959
Afm. zonder lijst:
43x48 cm
Afm. met lijst:
52x53 cm
Lijst:
nieuw
Jaar:
1959
Artikel nr.:
188

Herkomst: nalatenschap van de kunstenaar

Hans van Norden was zowel verbaal en als beeldend kunstenaar een geboren verteller. Die twee elementen komen mooi samen in deze aquarel uit 1959 van een bruin café op de Oudezijds Voorburgwal in Amsterdam. Je ziet een gesprek beginnen tussen de bloemenverkoper met de kroegbaas en een klant aan de bar. Op de achtergrond andere gasten bij een tafeltje. Door de bruinachtige waterverf met de blauwe interieurelementen en de snelheid waarmee de aquarel is opgezet wordt de sfeer van een café in de hoerenbuurt eind jaren vijftig meesterlijk verbeeldt.  

Biografie Hans van Norden

Hans van Norden werd 3 december 1915 in Bussum geboren  maar hij groeide op in Gouda waarna hij zich in 1934 vestigt in Amsterdam. In de hoofdstad is hij leerling van de Rijksacademie o.l.v. J.H. Jurres en en Heinrich Campendonk. Van Norden is een veelzijdig kunstenaar (graficus, aquarellist, tekenaar, glasschilder, wandschilder, monumentaal kunstenaar, schilder, vervaardiger van mozaïek, textielkunstenaar). Hij is verder betrokken bij de oprichting in 1945 van het Scapino-ballet, samen met Nico Wijnberg en danseres Hans Snoeck. Hij maakt hiervoor kostuum- en decorontwerpen. In 1946-1947 is hij medeoprichter van de schildersgroep De Realisten ‘als hét alternatief voor de roemruchte Cobra-beweging en andere ‘abstract’-werkende kunstenaars.’ In 1965 richt Hans van Norden, samen met Nico Wijnberg en Harry op de Laak de Amsterdamse galerie Kabinet Floret op. In 2008 besteedt Museum Gouda aandacht aan Hans van Norden in de tentoonstelling ‘Drie generaties Van Norden’. Hans van Norden overlijdt op 1 juli 2011 te Amsterdam.
Kunstcriticus Hans Redeker schrijft over hem in de periode dat figuratieve kunst niet ‘’en vogue”” was:  ‘Hans van Norden is niet alleen verbaal maar ook als beeldend kunstenaar een geboren verteller, die er tegelijk weet van heeft, dat dit naar de heden ten dage (maar misschien mogen wij langzamerhand wel stellen gisteren) heersende kunstopvattingen weinig minder dan een artistieke doodzonde is. Toch mogen we na jaren stellen, dat hij zich in dit genre een belangrijke en boeiend beeldend kunstenaar toont, die zijn visie adequaat vertolkt. Een visie, welke inderdaad vooral geïnspireerd wordt door het kwetsbare, eenzame, gedepraveerde, geschonden leven, zoals hij dat gadeslaat in kroegen, tehuizen voor ouden van dagen of in andere oorden van maatschappelijk uitschot, maar ook altijd met die vertedering en liefde, waardoor zijn werk nooit geheel somber wordt, zeker niet afstotend of schokkend.’

Scheen 1969/1970, deel II, p 115
Jacobs 1993, deel L-Z, p. 176