Herman Habes (1902-1990)

''Inmaak''

✓ verkocht
INFO
Techniek:
pastel
Gesigneerd:
Rechtsboven: H. HABES 10.12.1962
Afm. zonder lijst:
32,5x46,5 cm
Afm. met lijst:
56x70 cm
Lijst:
originele lijst
Aanwinst:
Off
Jaar:
1962
Artikel nr.:
215

Herkomst: Dienst voor ‘s Rijksverspreide Kunstvoorwerpen, inv.nr. SZ 18802; vanaf 1963 in bezit  van de gemeente Amsterdam. 

 

Op dit moment geniet het stilleven in de figuratieve ‘’fijnschilder’’kunst een grote populariteit. Henk Helmantel heeft deze naturalistische manier van schilderen weer op de kaart gezet en geldt daarbij als lichtend voorbeeld voor hedendaagse kunstenaars. Toen Herman Habes aan het begin van de jaren zestig dit pastel maakte telde eigenlijk alleen de abstracte kunst mee. Gelukkig wordt dit ambachtelijke vakmanschap weer op de juiste waarde geschat. 

Biografie Herman Habes

Herman (Hermanus Reinierus Marie) Habes werd 23 augustus 1902 in Amsterdam geboren.  Hij werkte als bediende in de kapperszaak van zijn vader aan de Amsterdamse Zeedijk, maar tekende in zijn vrije tijd. In zijn avonduren volgde hij de Rijksacademie voor Beeldende Kunsten in de hoofdstad. Hij schilderde, tekende (pastel) op minutieuze wijze Amsterdamse stadgezichten, portretten, stillevens en kleine portretten en afbeeldingen van gewone mensen (bezoekers van logementen, bewoners van tehuizen, etc.).  Al in 1935 kreeg hij in De Telegraaf lovende recensies naar aanleiding van een expositie bij Santee Landweer:  “Habes’ werk heeft in de krasse nauwkeurigheid, de intieme doordringing, de geduldige en gehoorzame techniek,  gelijkenis met dat van Teixeira de Mattos. Zelfs in de onderwerpen, waaraan op zichzelf niet veel te zien is: oude boeken en tasschen, stillevens met een brood en een mes op een plank;  schrijfbehoeften of vruchten; dierstukken met een dood vogeltje of een muis bij een val; eenvoudige menschen uit zijn enge omgeving, een handstudie, etc. Maar in dit alles vindt hij een rijkdom van het kleine’’.  Na een werkzaam leven overleed Herman Habes 15 september 1990 in Lelystad.   

Scheen 1969/1970, deel I, p. 425
Jacobs 1993, deel A-K, p. 435