Cornelis Koppenol verhuisde op 8-jarige leeftijd naar Den Haag waar hij tekenles kreeg van Fridolin Becker. Vervolgens was hij zes jaar lang leerling van de Haagse Academie van Beeldende Kunsten. Alvorens zich als kunstschilder te vestigen was hij werkzaam bij De Porcelyne Fles in Delft. Koppenol ging geen onderwerp, genre of techniek uit de weg. Op geheel eigen wijze schilderde, aquarelleerde, tekende, etste en lithografeerde hij landschappen, stadsgezichten, (boeren)interieurs, figuren, stillevens en veel taferelen met ganzen. Daarnaast was hij boekillustrator. In zijn woonplaats Den Haag gaf hij les aan de Academie van Beeldende Kunsten en was hij lid van Pulchri Studio. Om het lesgeven te ontvluchten en om ''gras te eten'', zoals hij het noemde, verhuisde Koppenol in 1910 voor drie jaar naar Nunspeet. Werk van hem bevindt zich in de collectie van het Kunstmuseum Den Haag en het Kröller-Müller Museum in Otterlo.
RKD-nr 45872
Scheen 1969 (deel 1), p. 635; Scheen 1981, p. 285